Aan de slag

In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u het met USB verbonden apparaat en de software instelt.

De hardware installeren

Dit deel beschrijft de stappen voor de installatie van de hardware, zoals toegelicht in de Beknopte installatiehandleiding. Lees de Beknopte installatiehandleiding en voer de volgende stappen uit.

  1. Kies een stabiele locatie.

    Kies een vlak en stabiel oppervlak met voldoende ruimte voor luchtcirculatie rond het apparaat. Laat extra ruimte vrij voor het openen van kleppen en papierladen.

    Plaats het apparaat in een ruimte die voldoende geventileerd is, maar niet in direct zonlicht, vlakbij een warmte- of koudebron of op een vochtige plek. Plaats het apparaat niet te dicht bij de rand van een bureau of tafel.

    U kunt probleemloos afdrukken tot op een hoogte van 1 000 m. Zie het deel over de hoogte-instelling voor optimaal afdrukken (zie Luchtdrukaanpassing).

    Plaats het apparaat op een vlak en stabiel oppervlak zodat het niet meer dan 2 mm overhelt, anders verslechtert de afdrukkwaliteit.

  2. Haal het apparaat uit de verpakking en controleer alle bijgeleverde artikelen.

  3. Verwijder de verpakkingstape.

  4. Plaats een tonercassette.

  5. Plaats papier (zie Papier in de lade plaatsen).

  6. Controleer of alle kabels met het apparaat zijn verbonden.

  7. Zet het apparaat aan.

[Caution]

Dit apparaat werkt niet wanneer het elektriciteitsnet uitvalt.

Meegeleverde software

Nadat u uw apparaat hebt geïnstalleerd en met uw computer hebt verbonden U moet de printersoftware installeren. Als u Windows of Mac OS gebruikt, installeert u de software vanaf de meegeleverde cd-rom. Als u Linux OS gebruikt, downloadt u de software van de website van Samsung (www.samsung.com/printer) en installeert u deze.

[Note]

Nu en dan, bijvoorbeeld wanneer er een nieuw besturingssysteem op de markt komt, wordt de printersoftware bijgewerkt. Download indien nodig de nieuwste versie van de website van Samsung (www.samsung.com/printer).

Besturingssysteem

Inhoud

Windows

  • Printerstuurprogramma: gebruik dit stuurprogramma om de functies van het apparaat ten volle te benutten.

  • Scannerstuurprogramma: voor het scannen van documenten op uw apparaat zijn TWAIN- en WIA-stuurprogramma’s (Windows Image Acquisition) beschikbaar.

  • Smart Paneldit programma geeft de status van het apparaat weer en waarschuwt u wanneer er een fout optreedt tijdens het afdrukken.

  • SmarThru[a]dit is de meegeleverde op Windows gebaseerde software voor uw multifunctioneel apparaat.

  • Samsung Scan- en faxbeheerhier vindt u meer informatie over het programma Samsung Scan- en faxbeheer en de status van het geïnstalleerde scannerstuurprogramma.

  • SetIPmet dit programma kunt u de TCP/IP-adressen van uw apparaat instellen.

Macintosh

  • Printerstuurprogramma: gebruik dit stuurprogramma om de functies van het apparaat ten volle te benutten.

  • Scannerstuurprogramma: TWAIN-stuurprogramma voor het scannen van documenten op uw apparaat.

  • Smart Paneldit programma geeft de status van het apparaat weer en waarschuwt u wanneer er een fout optreedt tijdens het afdrukken.

  • Samsung Scan- en faxbeheerhier vindt u meer informatie over het programma Samsung Scan- en faxbeheer en de status van het geïnstalleerde scannerstuurprogramma.

  • SetIPmet dit programma kunt u de TCP/IP-adressen van uw apparaat instellen.

Linux

  • Unified Linux Driver: gebruik dit stuurprogramma om de functies van het apparaat ten volle te benutten.

  • SANE: gebruik dit stuurprogramma om documenten in te scannen.

  • Smart Paneldit programma geeft de status van het apparaat weer en waarschuwt u wanneer er een fout optreedt tijdens het afdrukken.

  • SetIPmet dit programma kunt u de TCP/IP-adressen van uw apparaat instellen.

[a] Hiermee kunt u een gescande afbeelding met behulp van een krachtig beeldbewerkingsprogramma bewerken en per e-mail verzenden. U kunt ook een ander beeldbewerkingsprogramma, zoals Adobe Photoshop, openen vanuit SmarThru. Raadpleeg de Help van het programma SmarThru voor meer informatie (zie SmarThru).

Systeemvereisten

Het systeem moet aan de volgende vereisten voldoen:

Microsoft® Windows®

Het apparaat ondersteunt de volgende Windows-besturingssystemen.

BESTURINGSSYSTEEM

Vereisten (aanbevolen)

Processor

RAM

Vrije schijfruimte

Windows® 2000

Intel® Pentium® II 400 MHz (Pentium III 933 MHz)

64 MB (128 MB)

600 MB

Windows® XP

Intel® Pentium® III 933 MHz (Pentium IV 1 GHz)

128 MB (256 MB)

1,5 GB

Windows Server® 2003

Intel® Pentium® III 933 MHz (Pentium IV 1 GHz)

128 MB (512 MB)

1,25 GB tot 2 GB

Windows Server® 2008

Intel® Pentium® IV 1 GHz (Pentium IV 2 GHz)

512 MB (2 048 MB)

10 GB

Windows Vista®

Intel® Pentium® IV 3 GHz

512 MB (1 024 MB)

15 GB

Windows® 7

Intel® Pentium® IV 1 GHz 32-bit of 64-bit-processor of hoger

1 GB (2 GB)

16 GB

  • Ondersteuning voor DirectX® 9 graphics met 128 MB geheugen (om het Aero-thema in te schakelen).

  • DVD-R/W-station

Windows Server® 2008 R2

Intel® Pentium® IV 1 GHz- (x86) of 1,4 GHz- (x64) processoren (2 GHz of sneller)

512 MB (2 048 MB)

10 GB

[Note]
  • Internet Explorer® 5.0 of hoger is minimaal vereist voor alle Windows-besturingssystemen.

  • U moet beheerdersrechten hebben om de software te installeren.

  • Dit apparaat is compatibel met Windows Terminal Services.

Macintosh

BESTURINGSSYSTEEM

Vereisten (aanbevolen)

Processor

RAM

Vrije schijfruimte

Mac OS X 10.3-10.4

  • Intel-processoren

  • PowerPC G4/G5

  • 128 MB voor een PowerPC-gebaseerde Mac (512 MB)

  • 512 MB voor een Mac op basis van Intel (1 GB)

1 GB

Mac OS X 10.5

  • Intel-processoren

  • 867 MHz of snellere PowerPC G4/G5

512 MB (1 GB)

1 GB

Mac OS X 10.6

  • Intel-processoren

1 GB (2 GB)

1 GB

Linux

Item

Vereisten (aanbevolen)

Besturingssysteem

RedHat® Enterprise Linux WS 4, 5 (32/64 bits)

Fedora Core 2-10 (32/64 bits)

SuSE Linux 9.1 (32 bits)

OpenSuSE® 9.2, 9.3, 10.0, 10.1, 10.2, 10.3, 11.0, 11.1 (32/64 bits)

Mandrake 10.0, 10.1 (32/64 bits)

Mandriva 2005, 2006, 2007, 2008, 2009 (32/64 bits)

Ubuntu 6.06, 6.10, 7.04, 7.10, 8.04, 8.10 (32/64 bits)

SuSE Linux Enterprise Desktop 9, 10 (32/64 bits)

Debian 3.1, 4.0, 5.0 (32/64 bits)

Processor

Pentium IV 2,4 GHz (Intel Core™2)

RAM

512 MB (1 024 MB)

Vrije schijfruimte

1 GB (2 GB)

[Note]
  • U moet een swap-partitie van minstens 300 MB maken om met grote gescande afbeeldingen te kunnen werken.

  • Het Linux-stuurprogramma voor de scanner ondersteunt de maximale optische resolutie.

Het stuurprogramma installeren voor een USB-apparaat

Een lokale printer is een printer die via een USB-kabel rechtstreeks op uw computer is aangesloten. Als uw apparaat met een netwerk is verbonden, slaat u de onderstaande stappen over en gaat u naar het deel over de installatie van het stuurprogramma voor een apparaat dat met een netwerk is verbonden (zie Het stuurprogramma voor het verbinden met een bedraad netwerk installeren).

[Note]
  • Door Aangepaste installatie te selecteren, kunt u kiezen welke programma’s u wilt installeren.

  • Gebruik een USB-kabel die korter is dan 3 m.

Windows

U kunt de printersoftware installeren volgens de standaardmethode of de aangepaste methode.

De meeste gebruikers die hun printer rechtstreeks aansluiten op hun computer gaan door met de volgende stappen. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd.

  1. Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.

    [Note]

    Als tijdens de installatie het venster "Wizard Nieuwe hardware gevonden" verschijnt, klikt u op Annuleren om het venster te sluiten.

  2. Plaats de meegeleverde software-cd in het cd-romstation.

    • De cd-rom start automatisch op en er verschijnt een installatievenster.

    • Als het installatievenster niet verschijnt, klikt u op Start en vervolgens op Uitvoeren... Typ X:\Setup.exe, waarbij u "X" vervangt door de letter van het station waarin u de cd hebt geplaatst. Klik op OK.

    • Als u Windows Vista, Windows 7 of Windows 2008 Server R2 gebruikt, klikt u op Start > Alle programma’s > Bureau-accessoires > Uitvoeren...

      Typ X:\Setup.exe, waarbij u "X" vervangt door de letter van het cd-romstation, en klik op OK.

    • Als het venster Automatisch afspelen verschijnt in Windows Vista, klikt u op Uitvoeren... Setup.exe in het veld Programma installeren of uitvoeren en vervolgens op Doorgaan in het venster Gebruikersaccountbeheer.

    • Als in Windows 7 of Windows 2008 Server R2 het venster Automatisch afspelen verschijnt, klikt u op Uitvoeren... Setup.exe in het veld Programma installeren of uitvoeren en vervolgens op Ja in het venster Gebruikersaccountbeheer.

  3. Klik op Nu installeren.

    Selecteer uw taal uit de vervolgkeuzelijst.

    [Note]
    • Met Draadloze verbindingen instellen en installeren kunt u een draadloos netwerk installeren om via een USB-kabel een verbinding te maken met het apparaat. (zie Een draadloos netwerk instellen met een USB-kabel).

    • Geavanceerde installatie heeft twee opties: Aangepaste installatie en Alleen software installeren. Als u Aangepaste installatie kiest, kunt u de apparaataansluiting kiezen en de te installeren onderdelen selecteren. De optie Alleen software installeren laat u toe om enkel de meegeleverde software, zoals Smart Panel, te installeren. Volg de richtlijnen op het scherm.

  4. Lees de Gebruiksrechtovereenkomst en schakel het selectievakje Ik aanvaard de bepalingen van de gebruiksrechtovereenkomst. in. Klik vervolgens op Volgende.

    Het programma zoekt het apparaat.

    [Note]

    Als het apparaat niet in het netwerk wordt gevonden, verschijnt het volgende venster.

    • Schakel deze optie in als u de software wilt installeren zonder de printer aan te sluiten.

      • Schakel dit selectievakje in om dit programma te installeren zonder dat een apparaat is aangesloten. In dit geval wordt het venster voor het afdrukken van een testpagina overgeslagen en wordt de installatie voltooid.

    • Opnieuw zoeken

      Wanneer u op deze knop klikt, verschijnt een venster met een firewall-waarschuwing.

      • Schakel de firewall uit en klik op Opnieuw zoeken. Klik in Windows op Start > Configuratiescherm > Windows Firewall en schakel deze optie uit. Voor andere besturingssystemen raadpleegt u de onlinehandleiding.

      • Schakel naast de firewall van het besturingssysteem ook die van andere programma's uit. Raadpleeg de handleiding van de desbetreffende programma’s.

    • Directe invoer

      Als u op Directe invoer klikt, kunt u een specifiek apparaat in het netwerk zoeken.

      • Zoeken op IP-adres: voer het IP-adres of de hostnaam in. Klik vervolgens op Volgende.

        Druk een netwerkconfiguratierapport af om het IP-adres van uw apparaat te controleren (zie Een rapport met apparaatgegevens afdrukken).

      • Zoeken op netwerkpad: om een gedeeld apparaat (UNC-pad) te vinden, voert u de gedeelde naam handmatig in of klikt u op Bladeren om een gedeelde printer te zoeken. Klik vervolgens op Volgende.

    • Help

      Als uw apparaat niet op de computer of het netwerk is aangesloten, kunt u met deze Help-knop gedetailleerde informatie over de aansluiting van het apparaat weergeven.

  5. De gevonden apparaten worden op het scherm weergegeven. Selecteer het gewenste apparaat en klik op Volgende.

    [Note]

    Als het stuurprogramma slechts één apparaat gevonden heeft, verschijnt het bevestigingsvenster.

  6. Zodra de installatie is voltooid, verschijnt er een venster met de vraag of u een testpagina wilt afdrukken. Als u een testpagina wilt afdrukken, klikt u op Een testpagina afdrukken.

    In het andere geval klikt u gewoon op Volgende en gaat u naar stap 8.

  7. Als de testpagina juist wordt afgedrukt, klikt u op Ja.

    Zo niet, klikt u op Nee om ze opnieuw af te drukken.

  8. Als u zich wilt registreren als gebruiker van het apparaat om informatie te ontvangen van Samsung, klikt u op Online registratie.

    [Note]

    Als uw apparaat nog niet op het netwerk of op de computer is aangesloten, klik dan op Hoe een verbinding maken?. Hoe een verbinding maken? biedt uitgebreide informatie over het aansluiten van het apparaat. Volg de instructies in het venster.

  9. Klik op Voltooien.

[Note]

Als het printerstuurprogramma niet naar behoren werkt, volg dan de onderstaande stappen om de installatie te repareren of het stuurprogramma opnieuw te installeren.

  1. Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en aan staat.

  2. Selecteer in het menu Start achtereenvolgens Programma’s of Alle programma’s > Samsung Printers > naam van uw printerstuurprogramma > Onderhoud.

  3. Selecteer de gewenste optie en volg de instructies op het scherm.

Macintosh

De cd-rom met software die met uw apparaat werd meegeleverd, bevat de stuurprogrammabestanden die u toelaten om het CUPS- of PostScript-stuurprogramma (alleen beschikbaar als u een apparaat gebruikt dat het PostScript-stuurprogramma ondersteunt) voor afdrukken op een Macintosh-computer te gebruiken.

U vindt er ook het TWAIN-stuurprogramma waarmee u kunt scannen vanaf uw Macintosh-computer.

  1. Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.

  2. Plaats de meegeleverde software-cd in het cd-romstation.

  3. Dubbelklik op het cd-rompictogram op het bureaublad van uw Macintosh-computer.

  4. Dubbelklik op de map MAC_Installer.

  5. Dubbelklik op het pictogram Installer OS X.

  6. Voer het wachtwoord in en klik op OK.

  7. Het venster van het installatieprogramma van Samsung wordt geopend. Klik op Ga door (tot Mac OS X 10.3: Volgende).

  8. Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Ga door (tot Mac OS X 10.3: Volgende).

  9. Klik op Akkoord als u de gebruiksrechtovereenkomst aanvaardt.

  10. Selecteer Standaardinstallatie (tot Mac OS X 10.3: Eenvoudige installatie) en klik op Installeer. Standaardinstallatie (tot Mac OS X 10.3: Eenvoudige installatie) wordt aanbevolen voor de meeste gebruikers. Alle onderdelen die noodzakelijk zijn voor apparaatbewerkingen worden geïnstalleerd.

    Als u Maak installatie ongedaan (tot Mac OS X 10.3: Aangepaste installatie) selecteert, kunt u aangeven welke afzonderlijke onderdelen u wilt installeren.

  11. Op het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat alle toepassingen worden afgesloten. Klik op Ga door (tot Mac OS X 10.3: Volgende).

  12. Selecteer het type installatie en klik op OK.

    • Typische installatie voor een lokale printerInstalleert standaardonderdelen voor een apparaat dat rechtstreeks op de computer van de gebruiker is aangesloten.

    • Typische installatie voor een netwerkprinterInstalleert software voor een apparaat op het netwerk. Het programma SetIP wordt automatisch uitgevoerd. Als de netwerkinformatie voor het apparaat al geconfigureerd is, sluit u het programma SetIP af. Ga door met de volgende stap.

    • Draadloze verbindingen instellen en installeren Met Draadloze verbindingen instellen en installeren kunt u een draadloos netwerk installeren om via een USB-kabel een verbinding te maken met het apparaat (zie Een draadloos netwerk instellen met een USB-kabel).

  13. Volg de instructies op het scherm om de installatie te voltooien. Nadat de installatie is voltooid, klikt u op Sluit af (tot Mac OS X 10.3: Afsluiten) of Start opnieuw (tot Mac OS X 10.3: Herstart…).

  14. Open de map Programma’s > Hulpprogramma’s > Printerconfiguratie.

    • Voor Mac OS X 10.5-10.6 opent u de map Programma’s > Systeemvoorkeuren en klikt u op Afdrukken en faxen.

  15. Klik op Voeg toe in de Printerlijst.

    • Voor Mac OS X 10.5-10.6 klikt u op het pictogram +, waarna een weergavevenster verschijnt.

  16. In Mac OS X 10.3 selecteert u het tabblad USB.

    • Klik voor Mac OS X 10.4 op Standaardkiezer en zoek de USB-verbinding.

    • Voor Mac OS X 10.5-10.6 klikt u op Standaard en zoekt u de USB-verbinding.

  17. Als automatisch selecteren voor Mac OS X 10.3 niet goed werkt, selecteert u Samsung in Printermodel en de naam van uw apparaat in Modelnaam.

    • Als automatisch selecteren voor Mac OS X 10.4 niet goed werkt, selecteert u Samsung in Druk af via en de naam van uw apparaat in Model.

    • Voor Mac OS X 10.5-10.6: als Automatisch selecteren niet goed werkt, selecteert u Selecteer besturingsbestand... en de naam van uw apparaat in Druk af via.

    Uw apparaat verschijnt in de Printerlijst en wordt ingesteld als standaardprinter.

  18. Klik op Voeg toe.

[Note]

Als de printer niet correct werkt, maakt u de installatie van het stuurprogramma ongedaan en installeert u het opnieuw.

Doe het volgende om de installatie van het stuurprogramma voor Macintosh ongedaan te maken.

  1. Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.

  2. Plaats de meegeleverde software-cd in het cd-romstation.

  3. Dubbelklik op het cd-rompictogram op het bureaublad van uw Macintosh-computer.

  4. Dubbelklik op de map MAC_Installer.

  5. Dubbelklik op het pictogram Installer OS X.

  6. Voer het wachtwoord in en klik op OK.

  7. Het venster van het installatieprogramma van Samsung wordt geopend. Klik op Ga door (tot Mac OS X 10.3: Volgende).

  8. Lees de gebruiksrechtovereenkomst en klik op Ga door (tot Mac OS X 10.3: Volgende).

  9. Klik op Akkoord als u de gebruiksrechtovereenkomst aanvaardt.

  10. Selecteer Installatie ongedaan maken => Maak installatie ongedaan (10.4) en klik op Installatie ongedaan maken => Maak installatie ongedaan (10.4).

  11. Op het computerscherm verschijnt een waarschuwing dat alle toepassingen worden afgesloten. Klik op Ga door (tot Mac OS X 10.3: Volgende).

  12. Nadat de installatie ongedaan is gemaakt, klikt u op Sluit af (tot Mac OS X 10.3: Afsluiten).

Linux

U moet Linux-softwarepakketten downloaden van de website van Samsung om de printersoftware te installeren.

Volg de onderstaande stappen om de software te installeren.

Het Unified Linux Driver installeren

  1. Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.

  2. Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u root in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in.

    [Note]

    U moet zich aanmelden als een supergebruiker (root) om de printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.

  3. Download het Unified Linux Driver-pakket van de website van Samsung.

  4. Klik met de rechtermuisknop op het Unified Linux Driver-pakket en decomprimeer het.

  5. Dubbelklik op cdroot > autorun.

  6. Klik op Next als het welkomstvenster verschijnt.

  7. Klik op Finish als de installatie is voltooid.

Het installatieprogramma heeft het pictogram Unified Driver Configurator aan het bureaublad en de groep Samsung Unified Driver aan het systeemmenu toegevoegd. Raadpleeg bij problemen de on-linehelpfunctie. U opent de Help via het systeemmenu of vanuit het stuurprogrammapakket voor Windows-toepassingen, zoals Unified Driver Configurator of Image Manager.

Smart Panel installeren

  1. Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.

  2. Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u root in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in.

    [Note]

    U moet zich aanmelden als een supergebruiker (root) om de printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.

  3. Download het Smart Panel-pakket vanaf de website van Samsung.

  4. Klik met de rechtermuisknop op het Smart Panel-pakket en decomprimeer het.

  5. Dubbelklik op cdroot > Linux > smartpanel > install.sh.

Het hulpprogramma Printerinstellingen installeren

  1. Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.

  2. Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u root in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in.

    [Note]

    U moet zich aanmelden als een supergebruiker (root) om de printersoftware te installeren. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.

  3. Download het Printer Settings Utility-pakket vanaf de website van Samsung.

  4. Klik met de rechtermuisknop op het Printer Settings Utility-pakket en decomprimeer het.

  5. Dubbelklik op cdroot > Linux > psu > install.sh.

[Note]

Als de printer niet correct werkt, maakt u de installatie van het stuurprogramma ongedaan en installeert u het opnieuw.

Volg onderstaande stappen om de installatie van het stuurprogramma voor Linux ongedaan te maken.

  1. Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.

  2. Wanneer het venster Administrator Login verschijnt, typt u "root" in het veld Login en voert u het systeemwachtwoord in.

    U moet zich aanmelden als supergebruiker (root) om de installatie van de printersoftware ongedaan te maken. Als u geen supergebruiker bent, neemt u contact op met uw systeembeheerder.

  3. Klik op het pictogram onderaan op het bureaublad. Als het terminalvenster verschijnt, typt u het volgende:

    [root@localhost root]#cd /opt/Samsung/mfp/uninstall/[root@localhost uninstall]#./uninstall.sh

  4. Klik op Uninstall.

  5. Klik op Next.

  6. Klik op Finish.

Uw printer lokaal delen

Volg onderstaande stappen om ervoor te zorgen dat de computers uw apparaat lokaal delen.

Als de hostcomputer via een USB-kabel rechtstreeks op het apparaat is aangesloten en met de lokale netwerkomgeving is verbonden, kan de clientcomputer die met het lokale netwerk is verbonden het gedeelde apparaat gebruiken om af te drukken via de hostcomputer.

1

Hostcomputer

Een computer die rechtstreeks met het apparaat is verbonden via een USB-kabel.

2

Clientcomputers

Computers die gebruikmaken van het apparaat dat gedeeld wordt via de hostcomputer.

Windows

Instellen als hostcomputer

  1. Installeer het printerstuurprogramma (zie Het stuurprogramma installeren voor een USB-apparaat).

  2. Klik op het menu Start in Windows.

  3. In Windows 2000 selecteert u Instellingen > Printers.

    • Voor Windows XP/Server 2003 selecteert u Printers en faxapparaten.

    • In Windows Server 2008/Vista selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Printers.

    • In Windows 7 selecteert u Configuratiescherm > Hardware en geluiden > Apparaten en printers.

    • In Windows Server 2008 R2 selecteert u Configuratiescherm > Hardware > Apparaten en printers.

  4. Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat.

  5. In Windows XP/Server 2003/Server 2008/Vista selecteert u Eigenschappen.

    In Windows 7 en Windows Server 2008 R2 selecteert u Printereigenschappen in het snelmenu.

    [Note]

    Als bij het item Printereigenschappen het teken ► staat, kunt u andere printerstuurprogramma’s voor de geselecteerde printer selecteren.

  6. Selecteer het tabblad Delen.

  7. Selecteer Opties voor delen wijzigen.

  8. Schakel het selectievakje voor Deze printer delen in.

  9. Vul het veld Sharenaam in. Klik op OK.

Instellen als clientcomputer

  1. Installeer het printerstuurprogramma (zie Het stuurprogramma installeren voor een USB-apparaat).

  2. Klik op het menu Start in Windows.

  3. Selecteer Alle programma’s > Bureau-accessoires > Windows Verkenner.

  4. Voer het IP-adres van de hostcomputer in en druk op de Enter-toets op uw toetsenbord.

    [Note]

    Als de hostcomputer om een Gebruikersnaam en Wachtwoord vraagt, vult u de gebruikers-id en het wachtwoord van de hostcomputeraccount in.

  5. Klik met uw rechtermuisknop op de gewenste printer en selecteer Verbinding maken...

  6. Klik op OK zodra het bericht verschijnt dat de installatie is voltooid.

  7. Open het bestand dat uw wilt afdrukken en begin met afdrukken.

Macintosh

[Note]

Volg onderstaande stappen voor Mac OS X 10.5-10.6. Raadpleeg de Help van Mac voor andere OS-versies.

Instellen als hostcomputer

  1. Installeer het printerstuurprogramma (zie Macintosh).

  2. Open de map Programma’s > Systeemvoorkeuren en klik op Afdrukken en faxen.

  3. Selecteer de printer die u wilt delen in de Printerlijst.

  4. Selecteer Deel deze printer.

Instellen als clientcomputer

  1. Installeer het printerstuurprogramma (zie Macintosh).

  2. Open de map Programma’s > Systeemvoorkeuren en klik op Afdrukken en faxen.

  3. Druk op het pictogram +.

    Er verschijnt een weergavescherm met de naam van uw gedeelde printer.

  4. Selecteer uw apparaat en klik op Voeg toe.